Tournotities 2026/07
Ik en mijn fiets
…/…
Elke maand verschijnt er wel een wielerboek waarvan je denkt dat het niet zou misstaan
in jouw collectie. Anderzijds verschijnen er wielerboeken in dergelijke groten
getale dat je, als je dat al zou willen, de stroom nauwelijks kunt bijhouden.
Het zijn niet altijd de meest kwalitatieve boeken… Ik weet het. Maar wat er bovenuit steekt, springt
er dan ook goed uit. Wie ’s een beeld wil krijgen van wat er aan
wielerboeken in de voorbije decennia is gepubliceerd moet ’s voor de
bibliotheekkast van het Koersmuseum in Roeselare gaan staan. Indrukwekkend, die
verzameling.
Hét wielerboek bij uitstek en algemeen beschouwd als dé klassieker der klassiekers is ‘De Renner’ van
Tim Krabbé dat qua wieler-leesplezier niet of nauwelijks te evenaren is. De
korte roman ‘De Renner’ blijft een literaire krachttoer van een rasauteur. Het
boek is sinds zijn publicatie in 1978 al aan zijn veertigste druk toe.
Andere wielerboeken die er zéér toe doen zijn bijvoorbeeld de boeken van
Wilfried de Jong, Bert Wagendorp (‘Mont Ventoux’!!!), Michaël Hutchinson en ga
zo maar door. Vandaag wil ik evenwel even stilstaan bij het boek ‘Besoin de
vélo’ van Paul Fournel, een erg veelzijdig Franse auteur, dichter, uitgever en
lid van het vermaarde literaire genootschap Oulipo.
Het boek dat al in 2001 werd gepubliceerd werd in 2020 onder de titel ‘Ik en mijn fiets’ naar het Nederlands vertaald door Benjo Maso, ook al een een wielerauteur met faam. Fournel schrijft onder meer dingen als: “Door op een fiets te stappen, neem je bezit van het landschap” en een langere passage die ik zelf nogal koester: “Een fiets is een goede werkplaats voor een schrijver. Allereerst blijft hij zitten, daarnaast verkeert hij in een winderige stilte die de hersens verfrist en tot meditatie aanspoort, en tot slot fabriceert hij met zijn benen een aantal verschillende ritmes die evengoed voor poëzie als voor proza muziek zijn.”
Ik
zou zeggen: lezen maar! En proef, en geniet van de woorden!
Een kort stukje uit het boek dat uitstekend de teneur van het boek vertolkt:
Lichtgewicht
Zitten op je zadel, het gewicht van je eigen lichaam niet hoeven dragen, geeft
fietsen iets van zwemmen, iets van vliegen.
Je wordt gedragen alsof het door water of lucht is.
Door het zadel, maar wat je
ook vleugels geeft zijn het frame, de banden, de lucht die daarin geperst
wordt.
Het verschil tussen fietsen en zwemmen is dat een renner met zijn ogen
open en de wind door zijn haren sneller gaat dan de mens, terwijl de zwemmer
zich langzaam voortbeweegt, zijn ogen dicht doet en dopjes in zijn oren stopt.
Het verschil tussen fietsen en vliegen is dat fietsen mogelijk is en vliegen
nog niet.
(Ik en mijn fiets, pag.35)
Paul Fournel, Ik en mijn fiets, 2020, Uitgeverij Oevers - ©Nederlandse vertaling Benjo Maso
Tour 2026 : Rit 7: Hagetmau
> Bordeaux (175 km)

Paul Fournel-Uitgeverij Oevers



















