Wat blij dat er af en toe ook nog ’s bij de junioren op niveau gekoerst mag én kan worden! Vandaag gaat in Koksijde het Kampioenschap van België voor junioren door, zowat onze lievelingscategorie bij de jongeren. De lichting 2002-2003 belooft nu al een grand cru te worden. Er zijn dan ook favorieten zat om straks de ‘Hoge Blekker’ op te jassen. Benieuwd of de sprinters als Noah Vandenbranden, Gianluca Pollefliet, Robin Orins, Michiel Lambrecht, Arnaud Delie… kunnen optornen en standhouden tegen gepatenteerde aanvallers als Cian Uijtebroeks, Ramses Debruyne, Alec Segaert en andere Lars Van Rijckegem’s…). Er wordt in Koksijde om 16 uur gestart voor 11 ronden van 11,1 km . Voordien rijden de dames-nieuwelingen en junioren hun kampioenschap.
De wedstrijd is voor de thuisblijvers (zoals de meesten onder ons zwichtend onder het juk van Tante Corona) te volgen viade Belgian Cycling-App.
Vandaag brengt de zesde rit van de Corona-tour 2020 ons van Le Teil naar de top van de Mont Aigouial.
Onmogelijk om daarbij niet aan Tim Krabbé en zijn onmisbare boek "De Renner" te denken!
Alleen de openingszin is zo goed als 'onsterfelijk'. In zoverre je dat van openingszinnen kunt zeggen, natuurlijk...
"Meyrueis,
Lozère, 26 juni 1977. Warm, bewolkt weer. Ik pak mijn spullen uit mijn
auto en zet mijn fiets in elkaar. Vanaf terrasjes kijken toeristen en
inwoners toe. Niet-wielrenners. De leegheid van die levens schokt me.'
Tim
Krabbé, in 1977 nog zwaarbesnord en als amateur-wielrenner meestal
verblijvend op een fiets (of achter een schaakbord) zet in 'De renner'
met bravoure en in schoonheid zijn persoonlijk verhaal over zijn
deelname aan de Tour du Mont Aigoual, een zware klimkoers in
Zuid-Frankrijk, neer.
Mede dankzij 'De renner'
werd Tim niet langer beschouwd als "de broer van" Jeroen Krabbé maar
werd hij stilaan wat hij van meetaf beloofde te worden: een auteur van
aanzien.
Het beste sportboek uit de Nederlandse literatuur? Als het dat niet is, komt het zeker dicht in de buurt!
Vandaag, op deze eerste schooldag, wordt Franco Bitossi, de naamgever van mijn 'Hart van Bitossi'-wielerblog, tachtig jaar. (80!). Heel erg gelukgewenst zou ik zeggen, Old Champ.
En meteen dwaal ik graag en onwillekeurig weer even af naar die mooie dinsdagavond van 30 mei 2006 waarop ik jou samen met Dirk van ‘I Fiamminghi’ vanuit Montaione in Empoli mocht komen opzoeken…
Daar moet ik - hier of elders - later toch nog ’s uitvoerig op terugkomen. Veel kans dat je vandaag de dag met jouw ‘cuore matto’, dat onregelmatige sprongenmakende hart van jou, na intense hart-screens, niet eens meer zou mogen koersen… Maar da’s dan weer een totaal ander verhaal.
Voor vandaag alvast deze wens: Dat dat ‘ouwe’ hart van jou nog lang mag kloppen, mijn beste Franco!!!
Of Giacomo Nizzolo behalve zijn handtekening ooit een letter op papier zet kunnen
we van hieruit niet beoordelen. Zijn naam heeft niettemin
meer iets van een Italiaans dichter dan van een wielrenner die zonet in Bretagne ietwat verrassend Europees kampioen geworden is.
Al ligt dat eerder aan die voornaam van hem dan aan zijn familienaam.
Giacomo is immers ook de voornaam van ene Giacomo Leopardi, een klassiek Italiaans dichter
uit de eerste helft van de negentiende eeuw. In Recanati, een charmant stadje
in Le Marche, de Italiaanse Marken, bezocht ik ooit met veel genoegen Casa Leopardi dat zijn fantastische bibliotheek huisvest. Maar vandaag ging de eer dus volledig naar die andere Giacomo, Nizzolo,
die in dit korte rare
wielerseizoen aan zijn beste seizoen ooit toe is. Zondag laatst werd hij al Italiaans kampioen
en in Milaan-San Remo sprintte hij, weliswaar ver achter Wouter van Aert, naar de vijfde plaats.
Een échte klassieker zien we de eenendertigjarige Milanees niet (meer) winnen.
Nizzolo, wat ligt die naam mooi in de mond, is én blijft gewoon een steengoed renner die, zo vrezen wij, zijn hele carrière tevreden zal
moeten zijn met overwinningen in Italiaanse en andere semi-klassiekers.
Iemand uit het rijtje waarin ook verdienstelijke mannen als Sacha Modolo, Fabio Felline, Andrea Vendrame,
Davide Cimolai, en andere Kristian Sbaragli thuishoren.
Wie ongetwijfeld
wél, en eerder vroeg dan laat, een echte klassieker aan zijn scalp zal
hangen is Mathieu Van der Poel. Ook vandaag had "de jongen met de blauwe canyon" mits wat beter geplaatst en niet twee keer vol in de remmen, met lengten voorsprong kunnen winnen. Moéten winnen. De Europese sterren lagen voor hem als het ware voor het grijpen.
Onderweg was Mathieu al zowat de enige geweest die in Plouay op de Côte du Lozet voor wat beroering
en afscheiding kon zorgen. Zondag laatst al zat elke hongerige wielerliefhebber met grote ogen te kijken
naar het Kunststukje dat Matje tijdens het Nederlands Kampioenschap op het canvas van de Col du Vam neerpenseelde.
Mathieu is na een wat mindere start nu wel helemaal op dreef.
Jammer dat hij de Tour niet rijdt maar we zien hem later dit jaar ahTCb ('als het Tante Corona belieft') nog minstens één keer
helemaal bovenaan op het podium van een klassieker staan. De Greg's, de Oliver's en de
Wout-jes hoeven allang niet meer gewaarschuwd te worden. Ze weten al héél lang waar ze met 'die jongen met zijn blauwe canyon' aan toe zijn!
Hoeveel wielerharten moeten er gisteren niet hebben stilgestaan! Nooit stond een fiets onheilspellender en stiller tegen een muurtje dan die van Remco Evenepoel gisteren in de afdaling van de 'Muro di Sormano' in de Ronde van Lombardije van dit arglistige Coronajaar... En wat een geluk bij een ongeluk... Herstel voorspoedig Remco!
Vandaag vallen voor een keer de 'foglie morte' in... Augustus. Een vreemd gevoel de enige echte 'Il Lombardia' verreden te zien in de drukkende hitte van deze Corona-zomer van jewelste.
En misschien nog vreemder voor ons: voor het eerst sinds lang en misschien wel sinds 'de tijd van Roger' is er maar één topfavoriet en het is een jonge Belg van twintig: Remco Evenepoel de man die in de nabije én verre toekomst meermaals Jempie (even) zal doen vergeten! Dat is nu al zeker!
Al hoop ik voor Remco en voor zijn intussen talloze supporters dat niet ene Aleksandr Vlasov, een jonge Rus, vandaag met de superbe en uitzonderlijke kroon van de 'dooie blaren in Augustus' gaat lopen...
Eigenlijk ben ik een fiere Belg. Onze wielrenners behoren tot de absolute top. Onze frieten en ons bier zijn ongeëvenaard en naar onze taalvaardigheid wordt in het buitenland steevast bewonderend
gekeken. Toch, af en toe neemt de schaamte over. Ons politiek systeem bijvoorbeeld. De blunders van onze politici, hun loon en vooral hun talrijkheid krijg je in andere landen niet uitgelegd. Doch, hoe relevant ook, daar gaat het vandaag even niet over. Vandaag schaam ik mij vooral voor onze aangeboren negativiteit en afgunst. Ik maak er mij zeker ook weleens schuldig aan. Vaker dan mij lief is zelfs, maar toch las ik vol ongeloof de reacties op de overwinning van Remco Evenepoel in de Ronde van Burgos gisteren. De zoveelste ongelooflijke krachttoer van deze 20-jarige jongen die al sinds hij één jaar als junior op de fiets zat, de loodzware druk op de schouders kreeg om de eerste Belgische winnaar van een grote ronde te worden sinds Johan De Muynck in 1978 de Giro won.
Waar in andere landen, iedereen dolenthousiast is over het zoveelste exploot van deze ‘machine’ -getuige het bijbehorende artikel- las je bij ons heel wat negatieve reacties. Hij zou te arrogant zijn. Zijn zegegebaar getuigt van streken. Wat is dat toch met Belgen? Als Philippe Gilbert zijn haar blond verfde was dat om doping te verbergen. Als Tom Boonen dure sportwagens kocht, liep hij naast zijn schoenen. En Frank Vandenbroucke… U snapt het. Aan een cultuurhistorische verklaring om ons Calimero gedrag te verklaren durf ik niet beginnen, maar een kleine bedenking wou ik toch kwijt. Remco Evenepoel is een jongen van 20 jaar. Een talent zonder weerga. Zelfverzekerd, bewust, vol branie en vooral ook nog speels.
Hij amuseert zich als een kind bij Lefevere's ‘Wolfpack’. Hij staat ondanks alle druk stevig met de voeten op de grond en bedankt na elke overwinning oprecht zijn ploegmaats. Hij doet al eens een speels gebaar als hij weer eens iedereen weggeblazen heeft. Dat maakt hem niet arrogant. Dat maakt hem interessant. Het getuigt van een grote persoonlijkheid. Het wielrennen heeft persoonlijkheden nodig. Geen verstoppertje spelen achter valse bescheidenheid en mediatraining. Remco zegt wat hij denkt. Hij meent het en hij kan het. Dat demonstreert hij en dat viert hij zoals hij bestaat. Speels en met allure. De koers bestaat bij gratie van grote persoonlijkheden. Merci Remco. Leve de koers!
Dit, mijn beste wieler- en Bitossi-vrienden, is pas "een koersje" om met hernieuwde honger naar uit te kijken! De 54° editie (en de eerste Corona-editie) van Aubel-Thimister-Stavelot voor junioren... "Vaut absolument le détour!!!"
Vandaag is het alweer tien jaar geleden dat radioreporter en legende Jan Wauters overleed. En wat heb ik Jan,
“onze legendarische man op de motor”, in dat voorbije decennium een flink aantal keren gemist.
In een heel mooi recent interview in Humo herinnert zoon Benno – zelf journalist en in zijn jeugd een zeer getalenteerd wielrenner – zijn vader als “de man die al zijn Latijn in zijn Nederlands had gestoken”.
Ontmoeting met Jan Wauters-Tour de France-Huy-9/7/1995
In de rubriek ‘Wat is er van de sport” maakte Jan Wauters jarenlang kritische kanttekeningen bij de sport, die hij wel ‘s de belangrijkste bijzaak van het leven noemde. Maar netzogoed kon hij zich op het randje van het dweperige bewegen. Eigen aan de sportman in hart en nieren die hij altijd – ook als kritisch journalist – is gebleven. Met zijn voormalige spitsbroer Herman de Coninck maakte hij voor Humo talloze interviews die lang nadat ze geschreven waren bleven nazinderen.
Zelf mocht ik Jan Wauters een aantal keren persoonlijk ontmoeten. Het waren telkens gedenkwaardige ontmoetingen die ik mij moeiteloos en levendig herinner. Na het verschijnen van mijn dichtbundel “De Hel van het Noorden” (geen toevallige titel natuurlijk) kreeg ik een mooie brief van hem. Het A4-tje van toen is een kleinood geworden dat ik blijf koesteren zoals je enkel in het mailtijdperk een brief kunt koesteren.
Hoewel Jan Wauters een aantal boeken schreef bleef hij zichzelf ‘ten eeuwigen dage’ zien (én horen) als een man van de Radio. Het gesproken woord was hem meer dan wat anders lief. En terecht want wie luisterde hoorde in de beste momenten van zijn stem bergriviertjes in heldere stroompjes naar beneden klateren. Andere keren klonk er trommelvuur in de verte...
Ik kan het, als ik dat maar wil, elk moment opnieuw horen. Fabulerend, vloeiend, authentiek… Met al het radiofonisch talent dat hem gegeven was. Alles samenballend in, alles neerleggend, fijngeborsteld of ruw schetsend met die fabuleuze stem van hem!
Vandaag is het Wereldfietsdag van de Verenigde Naties. Of wat internationaler klinkend: “World Bicycle Day”. Er zijn immers – zoals de Verenigde Naties terecht met recht en reden stelt – talloze redenen te verzinnen waarom het goed is om vandaag, maar ook alle andere dagen, het bestaan van de fiets te vieren. “Why to celebrate the bike”.
En waarom ’s voor de gelegenheid geen ouwe verroeste fietskraker uit het verleden oprakelen? “Bicycle Race” van Queen is daarvoor uitstekend geschikt. Perfect passend in Alle Oortjes. Freddie Mercury en Co zetten met deze song, voor wie écht ’s goed naar het nummer luistert, een fameus kunststukje in het zadel. Bij elke beluistering registreer je wel iets, een snufje, een rinkelklankje of een biepje, dat je niet eerder hoorde. Wat een feest van een “Bicyle Race” dit!
Mercury schreef de song in de zomer van 1978 toen de Tour voorbij Montreux trok waar hij met zijn trawanten van Queen op dat ogenblik de plaat “Jazz” aan het opnemen was.
De 65 fietsende naakte dames die later de videoclip gingen bevolken die bij het nummer hoorde werden naderhand jammerlijk ‘onherkenbaar’ gemaakt.
Laat ze maar rinkelen vandaag, die bellen! Maar nog veel beter
is het om gewoon 's wat te gaan fietsen, vandaag.
Dat Mercury er ook als tekstschrijver al in 1978 wat van kon bewijst
alleen al dit uittreksel uit de song:
You say coke, I say 'caine You say John, I say Wayne Hot dog, I say cool it man I don't wanna be the President of America You say smile, I say cheese Cartier, I say please Income tax, I say Jesus I don't wanna be a candidate For Vietnam or Watergate 'Cause all I want to do is Bicycle, bicycle, bicycle I want to ride my bicycle, bicycle (c'mon), bicycle I want to ride my bicycle I want to ride my bike I want to ride my bicycle I want to ride it where I like